Vandaag heeft De Nederlandsche Bank (DNB) in een persbericht aangegeven dat pensioenfondsen de mogelijkheid krijgen om voorgenomen pensioenkortingen op 1 april 2013 te maximeren op 7%. Tevens heeft DNB besloten een correctie toe te passen op de rentetermijnstructuur per eind 2011. De besluiten van DNB hebben positieve gevolgen voor pensioenfondsen. De dekkingsgraad stijgt direct met gemiddeld 3,5% en eventueel korten mag gedeeltelijk worden uitgesteld. Bovendien kan het een voordeel zijn dat de premie die bijdraagt aan herstel gemiddeld 5% lager komt te liggen. De besluiten leiden echter ook tot nieuwe onduidelijkheden.
DNB wil onzekerheid over pensioenen verkleinen
DNB heeft het besluit tot maximering van de korting genomen in het licht van de invloed van pensioenen op macro-economische ontwikkelingen. De rentetermijnstructuur (RTS) eind 2011 is aangepast vanwege uitzonderlijke omstandigheden op de financiële markten. Het doel van DNB is de onzekerheid over pensioenen te verkleinen.
Maximering pensioenkorting
DNB onderkent dat de definitieve kortingen nog lange tijd onzeker zullen blijven. Als de financiële positie in 2012 niet verbetert, moeten de pensioenfondsen immers pas 1 april 2013 de aangekondigde kortingen toepassen. Omdat dit tot langdurige onzekerheid over grote inkomenseffecten voor gepensioneerden en deelnemers leidt, heeft DNB in overleg met de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid besloten dat pensioenfondsen in beginsel de mogelijkheid hebben deze per 1 april 2013 door te voeren korting te maximeren op 7%. Als een lagere korting volstaat, dan geldt uiteraard dit lagere percentage. Als een pensioenfonds gebruik maakt van de mogelijkheid om de voorwaardelijke korting te maximeren, dan moet een mogelijke korting per ultimo 2013 al wel worden gecommuniceerd.
Let wel: Op grond van de herstelplanevaluatie die begin 2012 gedaan wordt, kan DNB oordelen dat de financiële positie dusdanig slecht is dat aanvullend beleid (zoals een alternatief kortingstraject) nodig is. De kans bestaat dus dat pensioenfondsen ondanks het besluit van DNB alsnog moeten voornemen meer dan 7% te korten per 1 april 2013. De eis dat ultimo 2013 de dekkingsgraad niet onder het vereiste minimum mag liggen, blijft overigens van kracht. Het volledig doorvoeren van de korting zal dus 9 maanden later alsnog plaats moeten vinden als de situatie in 2013 niet verbetert.
Aanpassing RTS zorgt voor een verlaging van de technische voorziening
Volgens DNB bestaat er veel onzekerheid over de vraag of de op de markt een juiste prijsvorming voor de rente heeft plaatsgevonden door uitzonderlijke omstandigheden en de gebrekkige liquiditeit in het lange eind van de marktrente. Daarom heeft DNB besloten om een correctie toe te passen op de curve voor eind 2011. De RTS eind 2011 is vastgesteld als een gemiddelde van de rentes van alle handelsdagen in het vierde kwartaal van 2011.
Het is goed om te zien dat DNB onderkent dat er sprake is van uitzonderlijke marktomstandigheden. Deze marktomstandigheden zijn er echter al langer en zullen wellicht ook nog langer aanhouden. Het is daarom goed om naar meer structurele oplossingen te zoeken.
Concreet betekent de correctie van de curve dat de RTS hoger wordt vastgesteld dan normaal. Gemiddeld bedraagt de verhoging 0,17 procentpunt. Dit betekent dat de technische voorzieningen van de pensioenfondsen per 31 december 2011 met gemiddeld 3,5% afnemen ten opzichte van eerder gedane inschattingen. Hierdoor zal de dekkingsgraad gemiddeld toenemen met circa 3,5%.
Door de hogere RTS neemt tevens de kostendekkende premie op marktrente af. Bij onderdekking moet de premie in 2012 en 2013 bijdragen aan herstel. DNB heeft voor 2012 wederom een adempauze afgekondigd voor pensioenfondsen die hier in 2011 nog geen gebruik van hebben gemaakt. De pensioenfondsen die in 2011 echter al gebruik hebben gemaakt van de toen geboden adempauze, moeten in 2012 echter wel aan deze eis voldoen. De premie die bijdraagt aan herstel ligt met de hogere RTS gemiddeld ruim 5% lager. De meeste pensioenfondsen hebben de premie echter al in de afgelopen maanden vastgesteld. Deze pensioenfondsen zullen dan ook voor de premie niet profiteren van deze aanpassing van DNB. Pensioenfondsen die nog voor de indiening van de staten over het vierde kwartaal van 2011 hun premie 2012 moeten vaststellen, kunnen nog wel gebruik maken van dit voordeel.
Overige gevolgen
De besluiten van DNB hebben positieve gevolgen voor pensioenfondsen. De dekkingsgraad stijgt direct met gemiddeld 3,5% en eventueel korten mag gedeeltelijk worden uitgesteld. Bovendien kan het een voordeel zijn dat de premie die bijdraagt aan herstel gemiddeld 5% lager komt te liggen. De besluiten leiden echter ook tot nieuwe onduidelijkheden en andere nog niet belichte aspecten, waarvan we er hieronder een paar zullen benoemen.
1. Onzekerheid maximering korting
Er is nog steeds een kans dat pensioenfondsen alsnog moeten voornemen meer dan 7% te korten per 1 april 2013. Het is namelijk mogelijk dat DNB op grond van de evaluatie van het herstelplan oordeelt dat de financiële positie van het pensioenfonds dusdanig slecht is dat aanvullend beleid nodig is. In deze situaties kan DNB besluiten maatwerk toe te passen en in overleg met het pensioenfonds een ander kortingstraject toe te passen. In de praktijk betekent dit dat er nog steeds een lange periode van onzekerheid kan ontstaan. Dit geldt juist voor pensioenfondsen die er niet goed voorstaan en dus zonder maximering tot hoge kortingen gedwongen kunnen worden. Eind 2013 moet de onderdekking opgeheven zijn. Hierbij geldt natuurlijk wel dat het beperken van de korting ook afgezet moet worden tegen de eis van evenwichtige belangenbehartiging.
2. Renterisico
Deze waarschijnlijk éénmalige “nieuwe” RTS gebaseerd op gemiddelde rentes betekent niet dat het renterisico van pensioenfondsen verandert. Een eventueel gevoerde rentehedge is gebaseerd op de feitelijke rente en niet op een gemiddelde rente. De ontwikkeling van de rentehedge moet dan ook over het afgelopen jaar worden beoordeeld op de feitelijke rente en zal voor het jaar 2012 ook worden gebaseerd op de feitelijke rente. De wijziging van het beleid van DNB is immers, zoals gesteld, in principe éénmalig en in eerste instantie bedoeld voor de evaluatie van het herstelplan en de daarmee samenhangende noodmaatregelen.
3. Tijdelijke aanpassing
Het is onduidelijk of deze gemiddelde rente ook in de toekomst wordt gebruikt. DNB is daar niet duidelijk over. Iedere maand zal opnieuw worden bekeken of de marktomstandigheden aanleiding geven om de RTS te corrigeren. Voor heroverweging van het beleid lijkt het daarom nu te vroeg. Wij verwachten dat vooral de uitwerking van het pensioenakkoord hiervoor van belang is.
4. Inconsistente waardering
Als deze gecorrigeerde RTS ook gebruikt wordt voor waardering van de technische voorziening in de jaarrekening, dan ontstaat er een inconsistentie op de balans. De bezittingen worden immers wel op de marktrente van eind 2011 gewaardeerd. Het is onduidelijk of de door DNB op haar website gepubliceerde rentetermijnstructuur niet toch gebruikt kan worden voor de jaarrekening.
5. Nieuw pensioenstelsel
Het is niet te voorspellen hoe lang de onrust op de financiële markten aanhoudt en of en in hoeverre de gedaalde rente in de toekomst gaat stijgen. Als deze onrust lang aanhoudt en financieel herstel uitblijft, zullen de tekorten bij de pensioenfondsen in omvang toenemen. Het uitstellen van korten is in dat geval niet wenselijk, omdat de rekening dan zou worden doorgeschoven naar de toekomst. Hier staat uiteraard tegenover dat het ook zeer onwenselijk is om op korte termijn korting door te voeren als dit later toch niet nodig zou blijken. We pleiten in dit kader voor snelle en daadkrachtige invoer van een nieuw pensioenstelsel.
Tot slot
We zullen u op de hoogte houden van verdere ontwikkelingen.