Nieuw Pensioenakkoord leidt tot grote diversiteit

Terug naar het overzicht

Pensioenakkoord leidt tot grote diversiteit

Afbeelding_pensioenakkoord_small

Vandaag werd tijdens een persconferentie bekend gemaakt dat sociale partners en het kabinet overeenstemming hebben bereikt over de hervorming van het pensioenstelsel. De afspraken zijn een uitwerking van de AOW- en pensioenafspraken die werkgevers- organisaties en vakbonden op 4 juni 2010 hebben gemaakt. Met de afspraken zetten kabinet, werkgeversorganisaties en vakbonden stappen om AOW en pensioenen veilig te stellen en betaalbaar te houden. Het principeakkoord wordt voorgelegd aan de achterban van de vakbonden.

In het Uitwerkingsmemorandum wordt het nieuwe pensioencontract volgens een aantal principes uitgewerkt. Wij geven nu een eerste impressie van het bereikte akkoord en komen binnenkort met een meer diepgaand onderzoek naar de gevolgen van het Pensioenakkoord voor de pensioenfondsen. Het akkoord laat nog ruimte om decentraal nadere en afwijkende afspraken te maken. Ook zijn er nog open einden die uitgewerkt en onderzocht moeten worden. Als op decentraal niveau een verscheidenheid aan pensioentoezeggingen wordt overeengekomen, komt dat de eenduidigheid, uitvoerbaarheid en transparantie niet ten goede. 

Sociaal Akkoord
Sociale Partners en kabinet hebben hun handtekening gezet onder een Sociaal Akkoord over pensioenen. In een persconferentie van de voorlieden van de werknemers- en werkgeversorganisaties (Jongerius en Wientjes) en vertegenwoordigers van het Kabinet (Minister President Rutte en de minsters Kamp, Verhagen en De Jager) werd een toelichting gegeven op het bereikte akkoord. De ervaringen met het nieuwe contract zullen vijf jaar na inwerkingtreding integraal worden geëvalueerd. Het principeakkoord dat vandaag is getekend, zal nog worden voorgelegd aan de achterban van de vakbonden.

AOW
De pensioengerechtigde leeftijd wordt opgetrokken tot 66 in 2020 en tot 67 in 2025. De overheid zal de AOW de komende jaren met 0,6% per jaar extra verhogen, bovenop de ‘normale’ trendmatige verhoging. Hierbij krijgt men de vrijheid om naar keuze eerder te stoppen, of langer door te werken dan de standaardleeftijd. Wie echter eerder stopt, levert per jaar 6,5% aan AOW in. Minister Kamp zegde toe dat er een belastingvoordeel voor ouderen zal worden ingevoerd in de vorm van een heffingskorting van 300 euro per jaar.

Ambitie nieuwe contract
Het vertrekpunt vormt een middelloonregeling met een loongerelateerde pensioenambitie en een prijsgerelateerde pensioenuitkering. De op te bouwen pensioenaanspraken en de pensioenuitkeringen worden aangepast aan nieuwe inzichten in de levensverwachting. Ze kunnen, wanneer de omstandigheden daar aanleiding toe geven, worden aangepast aan de ontwikkelingen op de financiële markten. In het nieuwe pensioencontract worden geen garanties meer afgegeven. Pensioen wordt meer afhankelijk van de behaalde rendementen dan nu het geval is. Wel kan op decentraal niveau nog worden gekozen voor nominale toezeggingen.

Premiestabilisatie
Premies worden voortaan niet meer aangepast aan toekomstige ontwikkelingen van de levensverwachting of ontwikkelingen op de financiële markten. Dit vereist aanpassingsmechanismen voor de levensverwachting en voor de verwerking van dekkingstekorten en -overschotten van opgebouwde pensioenrechten.
 
Zowel tekorten als overschotten (behoudens een te hanteren egalisatiereserve) kunnen in een periode van maximaal tien jaar worden verwerkt door de pensioenrechten en de ingegane pensioenen aan te passen. De huidige methoden van verwerking van tekorten en overschotten, zoals bijstortverplichtingen, inhaalpremies en premiekortingen, komen te vervallen. Bij de indexatie van opgebouwde pensioenaanspraken en pensioenuitkeringen gaat het om de vraag of geïndexeerd wordt aan de loon- of prijsontwikkeling, dan wel een daarvan afgeleide maatstaf. Het is aan decentrale partijen om deze keuze vast te leggen in het pensioencontract.

Solvabiliteitstoezicht

Omdat er geen nominale garantie wordt gegeven, kan ook de huidige risicovrije rentevoet, waarmee de toekomstige verplichtingen contant worden gemaakt, komen te vervallen. De dekkingsgraad kan worden bepaald met een disconteringsvoet die gebaseerd is op het verwachte gemiddelde langetermijnrendement en de daarbij behorende risico’s van het pensioencontract. Als een lagere discontovoet wordt gehanteerd, wordt aanbevolen om in elk geval een stabiele factor te gebruiken. De risicovrije rentevoet kan eventueel nog wel gebruikt worden bij nominale garantie. De gehanteerde rendementsparameters en de samenstelling van de beleggings- portefeuille van een fonds zijn maatgevend. Minister Kamp zegde toe de aanpassing van het stelsel wettelijk mogelijk te maken, onder andere “door het FTK te verbeteren en mogelijk uit te breiden”. Er komt nog een onderzoek naar de mogelijkheden van dit zogenoemde FTK2 in verband met Europese regelgeving.

Invaren bestaande aanspraken
Een openstaand vraagpunt is of en hoe (collectief versus individueel) de oude rechten in het nieuwe contract worden ingevaren. De Stichting van de Arbeid (STAR) adviseert om de oude rechten in te varen en pleit voor wetgeving om dit mogelijk te maken.

Communicatie
Pensioenfondsen moeten aan hun deelnemers verantwoording afleggen over de pensioenambitie, het gekozen beleggingsbeleid en de daarbij bijbehorende kansen op koopkrachtbehoud. De keuzes in de te nemen risico’s en de daarbij behorende verwachte rendementen moeten beter worden gecommuniceerd. Dit is ook van belang om werknemers goede keuzes te laten maken ten aanzien van bijvoorbeeld waardeoverdracht.

Vervolg
Het huidige pensioencontract laat nog ruimte om decentraal nadere en afwijkende afspraken te maken. Ook zitten er nog open eindjes aan die uitgewerkt en onderzocht moeten worden. Als op decentraal niveau een verscheidenheid aan contracten wordt overeengekomen, komt dat de eenduidigheid, uitvoerbaarheid en transparantie niet ten goede. De arbeidsmobiliteit en de persoonlijke financiële planning van deelnemers zijn gebaat bij eenvoud en vergelijkbaarheid van de pensioenopbouw. Dit geldt ook voor de stabiliteit en het kostenniveau van de administratieve verwerking. Syntrus Achmea werkt nauw samen met een speciaal hiervoor in het leven geroepen werkgroep van de Raad van Advies om binnen het kader van het pensioenakkoord tot een optimale situatie te komen. Het is voor wetgever, sociale partners en uitvoeringsorganisaties een grote uitdaging om de invoeringsdatum van 1 januari 2013 te realiseren.  

Terug naar het overzicht