De Nederlandsche Bank is bij de publicatie van de rentetermijnstructuur (RTS) niet uitgegaan van de swapcurve op 30 december. In plaats daarvan is het gemiddelde berekend over de laatste drie maanden van vorig jaar. De centrale bank heeft eerder deze week gezegd dat fondsen de RTS moeten gebruiken voor de maandrapportage over december, de vierde kwartaalrapportage en de jaarstaten 2011. Syntrus Achmea adviseert om vast te leggen dat de RTS ook voor de jaarrekening wordt gebruikt.
Geen misverstand mogelijk
Voor de maandrapportage, de kwartaalrapportage en de jaarstaten is geen misverstand mogelijk. Hiervoor dienen fondsen de door DNB gepubliceerde RTS te hanteren. Sterker nog, in de ogen van DNB bestaat er maar één RTS per 30 december 2011. Op 16 januari is dit door de toezichthouder op zijn Pensioenseminar expliciet en ondubbelzinnig aangegeven. Dat betekent ook dat de gepubliceerde RTS moet worden gebruikt voor de beoordeling of de premie 2012 voldoende bijdraagt aan herstel en voor de evaluatie van het herstelplan.
Blijft over de jaarrekening 2011. Hiervoor geldt dat de wet en de richtlijnen van de Raad voor de Jaarverslaggeving bepalend zijn. In richtlijn RJ 610 staat dat de contante waarde van de verplichtingen moet worden vastgesteld met gebruikmaking van de marktrente, waarvoor bij voorkeur de RTS van DNB wordt gebruikt, dan wel een methode die daar nauw op aansluit.
Gebruik alternatieve rente is duurder
Er mag worden verwacht dat het gebruik van een alternatieve marktrente niet tot heel andere resultaten zal leiden. Vandaar dat mede vanuit communicatief opzicht het de voorkeur geniet om ook voor de jaarrekening uit te gaan van de RTS zoals gepubliceerd door DNB. Vaststellen van de waarde van de technische voorzieningen op twee niet identieke grondslagen leidt daarnaast ook tot extra werkzaamheden en dus tot extra kosten. Bovendien kunnen de extra werkzaamheden leiden tot vertraging, waardoor de tijdige oplevering van de jaarrekening in gevaar kan komen.
Vandaar dat Syntrus Achmea de fondsen adviseert om op korte termijn ook voor de jaarrekening vast te stellen dat hiervoor zal worden gewerkt met de door DNB gepubliceerde RTS. Hierdoor kunnen fondsen dit besluit tijdig voorleggen aan de waarmerkend accountant. Daarmee wordt voorkomen dat een discussie over de marktrente wordt gevoerd op het moment dat de jaarrekening in concept gereed is en dat bij wijziging van de marktrente een groot deel van het proces opnieuw moet worden uitgevoerd.