Groenboek over Europese pensioenstelsels

Groenboek Europese pensioenstelsels

De Europese Commissie stelt zogeheten ‘groenboeken’ op. Ruwe schetsen en tevens bedoeld als consultatieronde voor vraagstukken over de toekomstige Europese wetgeving. Begin juli is het groenboek ‘naar adequate, houdbare en zekere pensioenstelsels’ gepubliceerd. Het groenboek behelst zowel staatspensioen als private regelingen. Tot 15 november kan worden gereageerd. Het is goed om vast te stellen dat de pensioenfondsensector nauw samenwerkt om tot een solide en constructief Nederlands standpunt te komen.

Een groenboek is een verkenning voor nieuw beleid en wordt vaak als wollig en weinig concreet bestempeld. Het is echter van groot belang om in het prille, groene stadium van beleidsvorming optimaal mee te denken over de benodigde Europese regelgeving voor pensioen. Na het verzamelen van alle inbreng volgt een zogeheten witboek gepubliceerd met concrete wetsvoorstellen. De uiteindelijke Europese wetten zijn van supranationaal karakter, dus prevaleren boven de Nederlandse wetgeving.

De noodzaak Brusselse inmenging
Sociaal beleid behoort tot de lidstaten en sociale partners. De EU en zijn voorgangers hebben zich daar sinds de oprichting in de jaren vijftig beperkt mee bemoeit. In Brussel speelt het subsidiariteitsbeginsel altijd een rol. Dat betekent kort gezegd dat beleidsvorming moet plaatsvinden op het meest adequate niveau en niet per definitie op het hoogste niveau. Subsidiariteit was een sleutelwoord in het vorige groenboek over pensioenen dat dateert uit 1997. Nu is het niet meer de vraag of de Europese instellingen moeten meebeslissen en coördineren, maar hóe ze dat moeten doen. Vergrijzing en zorg zijn de grote uitdagingen en bedreigingen voor de toekomstige reële economie van de EU. Daarbij werken de recente financiële crisis en overheidstekorten in (Zuid)Europese landen ook als olie op het vuur.

Het mag duidelijk zijn dat de Europese instellingen, vooral de Europese Commissie, een rol gaan spelen op pensioenterrein. Maar de vraag is welke. De Europese Commissie wil in ieder geval geenszins een one-size-fits all aanpak voor de EU opleggen.

We hoeven niet per definitie angstig te zijn voor een grotere rol van Brussel. Wie wil immers niet proberen om ‘Griekse toestanden’  te voorkomen? Wanbeleid in andere lidstaten kan een negatieve invloed hebben op pensioenen en financiële zekerheid in bredere zin. Bovendien lijkt de voorkeur uit te gaan naar het creëren van stabiele systemen die uit meerdere pensioenpijlers bestaan in alle lidstaten. Ook de Nederlandse pensioenen zijn veiliger als andere lidstaten niet meer volledig teren op staatspensioen.

Parallel met Nederlandse discussies
In Nederland proberen we het stelsel robuuster en toekomstbestendiger te maken. Maar dat geldt voor de gehele Europese Unie. De openbare financiën staan overal onder druk en mede daardoor moet de effectieve pensioenleeftijd EU-breed omhoog.

Bij het pensioenakkoord en de analyse van de Commissie Goudswaard spelen de afruil tussen ambities, zekerheid en kosten, plus de wijze waarop risico’s worden verdeeld tussen de verschillende belanghebbenden (gepensioneerden, werkenden, werkgevers en toekomstige deelnemers) een centrale rol. Deze afweging vindt niet alleen in Nederland plaats. De overeenkomsten tussen het groenboek en de bevindingen van de Commissie Goudswaard zijn groot. Het voorstel om de levensverwachting in de regeling te incorporeren is daar een voorbeeld van. 

Vrije markt en pensioenen
De Europese Commissie wil de interne markt voor financiële producten veiliger en beter geïntegreerd maken. Ook de mobiliteit van werknemers moet worden verbeterd door de een soepele overdracht van pensioenen. De vraag is al decennia lang in hoeverre pensioen een financieel product is waarbij de markt efficiënt werkt. Pensioen is weliswaar deels een financieel product, maar tevens een sociaal goed.

De modernisering van informatievoorschriften, solvabiliteitseisen, toezicht, risicobeheer, governance en beleggingsvoorschriften passeren de revue in het groenboek. De pensioenfondsenrichtlijn die het voor pensioenfondsen sinds enkele jaren mogelijk maakt om grensoverschrijdend te opereren, is ook aan herziening toe.

In de consultatie komt ook een voorstel voor een al dan niet Europees pensioengarantiestelsel aan de orde om tekortkomingen en excessieve verliezen op te vangen. We moeten ons daarbij afvragen of een dergelijke oplossing een wenselijke vorm van solidariteit is. Een vangnet bevordert goed bestuur niet. Bovendien kost een garantiestelsel geld en houden fondsen al meerdere buffers aan.

Alle lidstaten worstelen met vergelijkbare problemen als Nederland. De EU is in transitie en Nederland kan bijdragen aan solide pensioenoplossingen. Daar zijn wij ondanks meerdere zware jaren nog steeds geknipt voor.