Begrippenlijst A-B

Begrippenlijst A-B

A

Aanspraak
Zie: Pensioenaanspraak.

Actuariële grondslagen
Gegevens, zoals sterftekansen, arbeidsongeschiktheidskansen, rekenrente en kosten, die gebruikt worden om vast te stellen hoeveel geld er nodig is om de pensioentoezeggingen te kunnen waarmaken.

Actuaris
Een specialist die verzekeringswiskundige risicoanalyses verricht en de benodigde reserveringen berekent voor de vaststelling van de pensioenverplichtingen. 

Afkoop
Bij afkoop wordt de afkoopwaarde van de pensioenaanspraken in één keer uitgekeerd, de pensioenvoorziening is dan definitief beëindigd. 

Afkoopsom
Zie afkoopwaarde. 

Afkoopwaarde
De afkoopwaarde is het bedrag dat ineens wordt uitgekeerd als afkoop van een verplichting om in de toekomst een serie betalingen te doen. 

AFM
Zie: Autoriteit Financiële Markten. 

Algemene Nabestaandenwet (Anw)
De Anw voorziet in uitkeringen bij overlijden van een verzekerde aan de man of vrouw met wie de verzekerde was gehuwd of ongehuwd samenwoonde. Ook kent de Anw een uitkering voor de ex-partner ten opzichte van wie de overleden verzekerde een alimentatieplicht had, en voor kinderen die door het overlijden van een verzekerde ouderloos zijn geworden. 

Algemene Ouderdomswet (AOW)
De Algemene Ouderdomswet (AOW) is een volksverzekering die mannen en vrouwen vanaf hun 65e jaar voorziet van een basispensioen. In het algemeen komt iedereen die in Nederland heeft gewoond of gewerkt in aanmerking voor een AOW-pensioen.

Allocatie
De verdeling van het vermogen over de beleggingscategorieën zoals aandelen en vastrentende waarden. Eventueel worden hier ook onroerend goed, liquide middelen en andere beleggingscategorieën onder verstaan. De allocatie kan het resultaat zijn van de ontwikkeling van de portefeuille of eventueel van het doorvoeren van tactische assetallocatie over de beleggingscategorieën.  

Annuïtaire hypotheek
Een hypothecaire lening waarbij rente en aflossing plaatsvinden door betaling van annuïteiten. Een annuïteit is een vast bedrag waarvan de verhouding rente en aflossing wijzigt gedurende de looptijd.

Anw
Zie: Algemene Nabestaandenwet.

AOW
Zie: Algemene Ouderdomswet.

AOW-gat
Per 1 januari 2015 vervalt de AOW-toeslag voor de partner die jonger is dan 65. Voor mensen die op of na 1 januari 2015 65 jaar worden, kan daardoor het gezamenlijk inkomen tijdelijk lager uitvallen. Dit wordt het AOW-gat genoemd. 

Arbeidsongeschiktheidspensioen
Financiële aanvulling op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, die uiterlijk op de pensioenleeftijd eindigt. 

Asset backed securities
Een effect waarvan de onderliggende waarde wordt gevormd door een ander effect en waarvan de inkomsten afhankelijk zijn van de inkomsten die op dat onderliggende effect worden behaald. Zo worden bijvoorbeeld effecten uitgegeven die hypothecaire leningen als onderliggende waarde hebben. Asset Liability Management (ALM)
Het afstemmen van de beleggingsmix en de premies op de pensioenverplichtingen. 

Attesta
Zie: Attestatie de Vita. 

Attestatie de Vitae (ADV)
Een verklaring die jaarlijks moet worden verstrekt door een uitkeringsgerechtigde die in het buitenland woont. Met deze verklaring, die ondertekend moet zijn door een bevoegde autoriteit, kan worden vastgesteld of de betrokkene nog in leven is.

Attributie
In de attributieanalyse wordt het totale rendement en het verschil met de benchmark opgesplitst. Dit rendement wordt opgesplitst naar de verschillende beslispunten binnen het beleggingsproces. Voorbeelden hiervan zijn het regiobeleid, het sectorbeleid en eventueel het tactisch assetallocatiebeleid.

Autoriteit Financiële Markten (AFM)
De AFM houdt toezicht op de financiële markten in Nederland. Het gaat dan om de aanbieders van financiële producten en diensten en ondernemingen die effecten uitgeven.

B

BBP
Zie: Bruto Binnenlands Product.

Bedrijfstakpensioenfonds
Een bedrijfstakpensioenfonds voert een pensioenregeling uit voor één of meer bedrijfstakken. 

Begunstigde
Persoon die de (toekomstige) uitkering ontvangt. Dat kan de deelnemer zelf zijn of de nabestaande(n). 

Belegging
Het omzetten van geld of middelen in waardepapieren of objecten, met als doel de waarde te behouden of te vergroten. 

Benchmark (BM)
Een benchmark is een maatstaf ter vergelijking van het beleggingsresultaat. Voor aandelenbeleggingen is de benchmark vaak een aandelenindex, bijvoorbeeld de AEX.

Beroepspensioenfonds
Pensioenfonds dat de pensioenregeling voor vrije beoefenaren uitvoert. Voorbeelden van beroepsgroepen die een eigen beroepspensioenfonds hebben, zijn de artsen, notarissen, fysiotherapeuten, dierenartsen en verloskundigen.

Beroepspensioenwet (Wvb)
Wet waarin onder meer de voorwaarden zijn opgenomen waaraan beroepspensioenregelingen moeten voldoen.

Beschikbarepremieregeling
Pensioenregeling waarbij niet de uiteindelijke hoogte van de pensioenuitkering uitgangspunt is, maar de (totale) beschikbare premie. De pensioenuitkering hierbij is afhankelijk van de totale som aan premiestortingen en het rendement dat daarop is gemaakt. 

Bestuur
Het bestuur van een pensioenfonds is een vertegenwoordiging van de werkgever(s) en werknemers die deelnemen in de pensioenfondsregeling. 

Bestuurslid
Een vertegenwoordiger van werkgever(s) of werknemers die zitting heeft in het bestuur van een pensioenfonds. 

Bestuurssecretariaat
Een persoon of afdeling die de secretariële taken van een bestuur verzorgt.

Betalingsregeling
Afspraak om binnen afgesproken termijn met afgesproken bedragen, betalingen te doen. 

Bijzonder nabestaandenpensioen of partnerpensioen
Een nabestaandenpensioen of partnerpensioen dat bij scheiding wordt toegewezen aan de ex-partner van de deelnemer. Uitkering vindt plaats na overlijden van de deelnemer.

BM
Zie Benchmark.

Bruto Binnenlands Product (BBP)
De totale productie van goederen en diensten in een land. Het BBP wordt gebruikt als indicator voor de omvang van een economie.